
Categorie: Fotografie
-
“Oh, je bent agile coach. Wat doe je dan precies?”
Soms zijn duidelijke beroepen als bakker, postbode of leraar wel fijn. Veel mensen hebben een beeld van wat je doet. Ze hebben een antwoord, dus vragen is niet nodig. Ik hoed dan niet meer uit te leggen wat ik doe, maar stiekem helpt die vraag ook om mijn eigen beeld op mijn werk scherp te krijgen: het niet stellen van die vraag schuurt dicht tegen wat ik denk dat ik doe.
Agile, wendbaarheid, veerkracht, scrum, kanban, zelforganisatie, zelfsturing inmiddels roepen de woorden weerstand of ten minste lichte jeuk op bij meer en meer mensen. Je zou zeggen dat efficienter, sneller en resultaatgerichter werken teams en daarmee mensen blij maakt. Waarom die weerstand? Kort samengevat: het voelt als de zoveelste reorganisatie. De verandering komt “van boven” en wordt niet gedragen, laat staan begrepen door de medewerkers. “We gaan anders werken, want dat is X (efficienter, wendbaarder, veerkrachtiger, klantgerichter)” impliceert ook dat wat de mensen nu doen niet of in ieder geval onvoldoende X is.
Ik voel die weerstand, wanneer ik met mensen spreek. Door mijzelf agile coach te noemen, sta ik daarmee ook gelijk op achterstand. Dat is jammer, er is een beeld en de vraag wat ik doe wordt niet meer gesteld. De nieuwsgierigheid heeft plaats gemaakt. Er is geen ruimte meer voor ontdekking, spelen en experimenteren. Kennis is macht en macht corrumpeert, helaas.
En dat is precies het probleem. Iedereen denkt het antwoord te weten en stelt geen vragen meer, want wat als dat wat je weet onjuist of genuanceerder is? En daarmee is de kans op fouten kleiner. Ik denk dat daar ook het werkelijke “agile” zit: anti-fragiliteit. Niet de manier van werken, maar de lef om te ontdekken dat je wereldbeeld niet klopt.
“Wat doe je dan precies?” “Dankjewel voor die vraag. Ik help mensen te kijken naar de wereld door de ogen van een kind.” De ander snapt er niets van. Perfect, laat het gesprek maar beginnen!
-

De interesse van een kind

“Papa! Papa! Ik vond een insect op de boom! Je moet nú komen kijken!” En ja al snel vinden we de bladpootrandwants even verderop terug. Niet dat ik nu zó een expert ben voor wat bereft insecten, maar mijn dochter wil tóch wel weten hoe dit beestje heet. Of ik hem even met de telefoon wil identificeren.
Zo gaat het eigenlijk al sinds ze kon lopen. Een oneindige interesse in alles wat kruipt, sluipt, fruit, bloeit, trippelt en schimmelt. De herfst is dan ook een topseizoen voor haar: de paddestoelen en beestjes tieren namelijk welig.
Voor mij is dit een uitgelezen excuus om met haar eens uitgebreid de paddestoelen te bewonderen, de bast van dode bomen te pulken, rot hout open te breken of een stapel blaadjes om te keren. Wat een schatten vinden we samen! Zo trok ze doodleuk een trosje vruchtjes van een eensteilige meidoorn (ontdekten we), met de vraag of deze eetbaar zijn (dat zijn dus schijnbaar).
De grootste schat die ik vind, is natuurlijk dat ik dit samen met haar mag ontdekken…en dat je de wereld ziet door ogen van een kind…















