
Blog
-
Sneeuwpret
Naar buiten toe,
De kou in.
Koude huid.
Koude tenen.
Koude vingers.
Alles lijkt bevroren.
Maar er is warmte van geluk.


-
2026
De aarde heeft weer een rondje om de zon gemaakt, dus er begint vandaag weer een nieuw jaar.

Komend jaar staat voor mij in het teken van meer balans, meer naar buiten en meer persoonlijke groei. Om te beginnen met een hernieuwd begin van deze blog. Korte, kleine berichtjes om een beetje meer liefde en compassie de wereld in te brengen.
-
kom je buitenspelen?
Vroeger, als kind was die vraag zo simpel. Niet dat ik zelf zo vaak buitenspeelde, maar in ieder geval had je je kameraadjes snel bij elkaar verzameld. Als kind vond ik het heerlijk om buiten op avontuur te gaan en spanning op te zoeken. Fikkie stoken ofzo. Het speelse had in ieder geval iets onbezorgds, onverantwoordelijks bijna. Kinderen doen vooral en denken veel minder na.
Als volwassene vind ik mijzelf regelmatig op een plek tussen allerlei verantwoordelijkheden, deadlines of projecten. Die vooral in mijn hoofd leven. Óf waarmee ik misschien wel vooral in mijn hoofd leef. Een wandelend hoofd las ik ooit wel eens, dat slaat de spijker aardig op z’n kop.
Wat ik herkende aan dat wandelende hoofd, is dat die ook wel erg van comfort en controle houdt. Alles moet vooral op zijn manier gaan en hem op z’n gemak stellen. Waar dat wandelende hoofd dus niet zo van houdt is onverantwoordelijk buitenspelen bijvoorbeeld.
Nou ga ik niet direct buiten fikkie stoken (hoewel gecontroleerd in een kachel of vuurkorf dat wel erg lekker is), maar een beetje gek doen buiten doet wel wonderen.

In Nederland regent het wel eens en als kind wisten we prima wat we daarmee konden: regenplassen zijn voor kinderen uitstekend speelgoed. Nu had ik inmiddels al wel het trailrunnen ontdekt, wat eigenlijk weinig anders is dan hardlopend asfalt vermijden, maar daardoor ben je wel gekleed om vies te worden. En het is uitgerekend die combinatie: regen en hardlopen, die dat mijn wandelende hoofd erg oncomfortabel vindt.
Die eerste keer door een plas rennen vergeet ik niet snel. De kou en nattigheid die snel ruimte maken voor speelsheid. Ze spoelen zo je ideeën over de wereld weg en brengen je in contact met het kind wat wil buitenspelen. Net na de regen hardlopen, in de regen hardlopen, hardlopen als het vriest, hardlopen en zwemmen combineren. Als het maar een beetje ongemakkelijk voelt, wist ik dat ik goed zat. Het wandelende hoofd checkt uit en het speelse kind rent vrolijk nog een rondje door de plas.
Waar ik misschien nog het meest dankbaar voor ben? Dat ik beter herken dat ik mij in het dagelijks leven niet comfortabel voel. Dat ik eigenlijk om die regenplas die voor mij ligt heen wil lopen, terwijl ik stiekem weet dat het beter is om er doorheen te gaan. Met het plezier van buitenspelen, lukt mij dat ook nog eens!
-
flitsretro
Hier is een compacte retro-opzet voor een half uur. Deze opzet helpt hen reflecteren op hun gezamenlijke aanpak en het experiment evalueren.
Retrospectieve Opzet: 30 minuten
- Introductie (5 minuten)
Doel: Leg uit dat het doel is om kort te reflecteren op de gezamenlijke projectaanpak en wat ze hiervan geleerd hebben. Dit is een experiment, dus niets is “goed” of “fout.”
Warm-up: Vraag iedereen om in één woord hun gevoel bij het experiment te omschrijven (bijv. “chaotisch”, “inspirerend”). Dit helpt om in de stemming te komen en geeft snel een sfeerimpressie.
- Wat ging er goed? (10 minuten)
Vraag: “Wat heeft het team goed gedaan in deze gezamenlijke aanpak?”
Format: Laat iedereen kort iets delen. Je kunt ze bijvoorbeeld sticky notes laten schrijven (fysiek of digitaal) of laten tekenen op een gedeeld whiteboard.
Doel: Benoem sterke punten en waardevolle werkwijzen die jullie willen behouden.
- Waar liepen we tegenaan? (10 minuten)
Vraag: “Wat was lastig aan het samen aanpakken van dit project?”
Format: Laat ieder teamlid een uitdaging benoemen die ze hebben ervaren. Bespreek deze daarna kort.
Focus op concrete voorbeelden, bijvoorbeeld hoe besluitvorming ging, waar er onduidelijkheid was, of hoe het onderlinge overleg verliep.
- Lessen voor de toekomst (5 minuten)
Vraag: “Wat willen we de volgende keer anders doen als we weer samen een project aanpakken?”
Format: Laat iedereen één suggestie delen voor de volgende keer. Het team kan daarna stemmen om één of twee verbeterpunten te kiezen om de volgende keer mee te experimenteren.
Afsluiting
Bedank iedereen voor hun input en benadruk dat het prima is om met ideeën te experimenteren. Als dit bevalt, kan de aanpak verder verfijnd worden!
Hopelijk helpt dit het team om een overzichtelijk beeld te krijgen van hun gezamenlijke aanpak en nieuwe inzichten op te doen voor toekomstige projecten.
-
Refinement vragen
1. Doel en Verwachtingen
- “Wat hopen we te bereiken met deze refinement-sessie?”
- “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen een duidelijk beeld heeft van het werk dat voor ons ligt?”
Deze vragen helpen om een gezamenlijk doel te stellen en verwachtingen te managen over de sessie zelf.
2. Begrijpen van het Werk
- “Kunnen we deze user story in één zin samenvatten om het hoofddoel te begrijpen?”
- “Wie kan ons door het proces of de workflow leiden die we hier proberen te ondersteunen?”
- “Zijn er voorbeelden of situaties die deze user story verduidelijken?”
Deze vragen helpen om een helder begrip te krijgen van de requirements en het doel van elk item.
3. Klaarheid en Specificiteit (Definition of Ready)
- “Welke details ontbreken nog om deze story ‘Ready’ te maken voor de sprint?”
- “Zijn er afhankelijkheden of risico’s die we al kunnen identificeren?”
- “Wat moeten we nog verduidelijken om dit werkitem haalbaar te maken voor het team?”
Deze vragen helpen om ervoor te zorgen dat de items voldoen aan de Definition of Ready en geschikt zijn voor ontwikkeling.
4. Complexiteit en Inschattingen
- “Welke delen van deze user story zouden complex kunnen zijn en waarom?”
- _“Zijn er vergelijkbare stories die we eerder hebben gedaan die ons kunnen helpen met de inschatting?”
- _“Welke onderdelen zouden we kunnen splitsen om de story overzichtelijker te maken?”
Hiermee help je het team om complexiteit te identificeren en items te splitsen, wat belangrijk is voor een nauwkeurige schatting.
5. Prioriteit en Waarde
- _“Hoe draagt dit item bij aan de waarde voor de klant of het product?”
- _“Is er een reden om dit item hoger of lager te prioriteren in de backlog?”
- _“Wat zou er gebeuren als we deze story voorlopig laten liggen?”
Deze vragen helpen het team te focussen op de waarde en prioriteit van elk item.
6. Commitment en Risico’s
- “Hoe zeker zijn we dat we dit item kunnen voltooien binnen de sprint?”
- “Welke risico’s zien we in dit item die ons zouden kunnen belemmeren?”
- “Wat kunnen we nu al doen om mogelijke problemen of blokkades te voorkomen?”
Hiermee kan het team beter beoordelen of ze bereid zijn om het item op te nemen en eventuele risico’s te identificeren.
7. Samenwerking en Communicatie
- “Welke informatie heeft iedereen nodig om effectief aan dit item te werken?”
- “Wie kunnen we benaderen als we tijdens de sprint vragen hebben over dit item?”
- “Hoe zorgen we ervoor dat iedereen op de hoogte is van belangrijke beslissingen die we vandaag maken?”
Deze vragen bevorderen open communicatie en samenwerking, wat vooral bij een nieuw team essentieel is.
-
Retrospective: De tijdmachine
De Tijdmachine-retro werkt met een toekomstgerichte benadering en geeft het team de kans om creatief te reflecteren op hoe ze de komende maand willen aanpakken.

Hier is een uitgewerkte versie voor een sessie van 30 minuten:
Tijdmachine Retro: 30 Minuten
Doel: Verbeeld een toekomstige sprintperiode en reflecteer op wat men graag zou willen bereiken, vermijden, of anders doen. Dit maakt de retro positief en toekomstgericht, in plaats van dat men vastzit in oude patronen.1. Introductie en Opwarming (5 minuten)
- Activiteit: Begin met een korte introductie waarin je de metafoor van de tijdmachine uitlegt:
- “Stel je voor dat we allemaal een maand vooruit zijn gegaan met een tijdmachine. Het is nu een maand later, en we kijken terug op de komende sprint. Hoe zou deze ideale maand eruitzien?”
- Incheckvraag: Vraag iedereen om één woord te kiezen dat hun ideale sprint beschrijft, zoals efficiënt, innovatie, rustig, etc. Dit helpt om het denken in de richting van toekomstige successen te zetten.
2. De Perfecte Sprint: Wat ging goed? (10 minuten)
- Doel: Identificeer positieve elementen die de komende periode ideaal zouden maken.
- Activiteit: Vraag iedereen om één aspect van hun ideale maand te beschrijven. Laat hen zich voorstellen dat dit aspect perfect liep en vraag hen om de details:
- “Wat is één ding dat we deze maand hebben gedaan waar we enorm tevreden over zijn?”
- “Welke nieuwe aanpakken hebben we uitgeprobeerd die ons echt hebben geholpen?”
- Laat iedereen hun antwoord kort en bondig noteren, bijvoorbeeld op post-its of een digitaal bord. Stimuleer het gebruik van specifieke details over processen, communicatie, of samenwerking.
3. Terugkijken vanuit de Toekomst: Wat ging minder goed? (10 minuten)
- Doel: Ontdek potentiële struikelblokken of valkuilen in de komende maand.
- Activiteit: Vraag deelnemers om zich voor te stellen dat er iets tegenviel of minder soepel ging. Dit kan een specifiek proces, gedrag of obstakel zijn:
- “Wat is één ding dat we tegenkwamen en liever anders hadden gezien?”
- “Welke dingen hadden we beter kunnen voorkomen of oplossen?”
- Laat hen ook nu specifieke details noteren. Zo kun je concrete valkuilen en mogelijke oplossingen bespreken, zonder dat men het gevoel krijgt terug te kijken op fouten.
4. Acties en Commitments: De Eerste Kleine Stap (5 minuten)
- Doel: Formuleer haalbare acties die het team kan ondernemen om dichter bij hun ideale sprint te komen.
- Activiteit: Vraag iedereen om een kleine, concrete actie op te schrijven die ze kunnen uitvoeren in de komende dagen:
- “Wat is één klein ding dat je kunt doen om deze komende sprint meer te laten lijken op onze ideale sprint?”
- Verzamel deze acties en noteer ze op een zichtbaar bord of in een digitale notitie. Zo krijgt iedereen inzicht in elkaars inzet om de komende maand beter te maken.
5. Afsluiten met een Positieve Blik (2 minuten)
- Doel: Eindig de sessie met een positieve mindset en verbondenheid in het team.
- Activiteit: Laat iedereen een korte afsluitzin uitspreken die hen motiveert, bijvoorbeeld:
- “Ik kijk uit naar…”
- “Ik wil bijdragen door…”
- Dit versterkt de positieve sfeer en helpt iedereen om de focus op de toekomst vast te houden.





