Blog

  • Nostr test

    Verifying that I control the following Nostr public key: "npub1efz8l77esdtpw6l359sjvakm7azvyv6mkuxphjdk3vfzkgxkatrqlpf9s4"

  • Loopt het kind op de weg of loopt de weg door zijn speelruimte? – De Correspondent

    ‘We accepteren dat er mensen in auto’s – machines van 1.500 kilo – rondrijden in de directe leef- en speelomgeving van jonge kinderen. In een poging ongelukken te voorkomen, zetten we een rond bord met het getal 30 op de weg, een snelheid voor automobilisten die voor een spelende peuter nog steeds levensbedreigend is. Wie harder wil rijden dan 30 [kilometer per uur], kan dat meestal gewoon doen, en deze steeds grotere en sterkere machines rijden soepeler naarmate ze harder gaan. Dáárom is het voor peuters onveilig op straat.’

    https://decorrespondent.nl/15249/loopt-het-kind-op-de-weg-of-loopt-de-weg-door-zijn-speelruimte/6a585220-4f34-0a9f-372b-413d39a89cb5

  • Meer dan een vinkje: commitment

    Samen werken: een bron van vreugde én genoeg mogelijkheden tot wrijving. Onuitgesproken verwachtingen of verschillende mate van betrokkenheid leidden vaak tot teleurstelling. We willen zoeken naar garanties en waarborgen dat anderen hun afspraken en beloftes nakomen. Voor dat je het weet verandert samen werken in eindeloze contractonderhandelingen, voordat het daadwerkelijke werk kan beginnen. Zonde, want eigenlijk vindt niemand dat leuk.

    Met leveranciers zijn we die contractonderhandelingen wel gewend. Die partijen kennen we niet of hebben we geen middelen om naderhand onze wensen af te dwingen. Binnen organisaties konden we onze zin doordrukken…of “door-escaleren” beter gezegd. “Het probleem” klimt de organisatie in als een aapje om op het juiste niveau af te dwingen dat het gaat zoals wij willen. Diegene die de “beste” aapjes heeft (contacten, overtuigingsvaardigheden of status) heeft de grootste kans van slagen. In “nieuwe, agile” organisaties wil de initiator van verandering die aapjes graag uit de boom houden en de mensen zelf de verantwoordelijkheid en mogelijkheden geven om de samenwerkingsproblemen op te lossen. “Zelforganisatie” wordt dat dan genoemd.

    En daar komt commitment om de hoek kijken, want we willen dus van elkaar vooraf commitment voordat we aan het werk beginnen. Echter, valt het mij op dat dit commitment meer als contractonderhandelingen voelen dan écht commitment, omdat het eigenlijk loze beloftes zijn. Wat is het verschil dan?

    Emotioneel of je persoonlijk betrokken voelen bij het beoogde doel. Niet omdat je iets te verliezen hebt (of afgerekend kan worden achteraf), maar omdat je samen iets belangrijks te winnen hebt. Alle betrokkenen zijn nodig om die winst te realiseren en allemaal zijn gemotiveerd dat te bereiken.

    Emoties zijn alleen binnen veel organisaties iets engs. Die kun je niet rationeel benaderen, controle op uitoefenen of sturen. Het is alleen wel wat nodig is om mensen zich echt te laten committeren. Dat gaat dieper dan een vinkje zetten in de software waarin het werk wordt “gemanaged”. Ik denk dat die verdieping nodig is om mensen écht commitment te laten geven. Daarbij gaat het om authentiek durven zijn, kwetsbaarheid kunnen tonen. Mensen prikken namelijk haarfijn heen wanneer dit gespeeld wordt.

    Als we naar menselijke gebruiken kijken, kunnen we volgens mij iets leren als het gaat om emoties en het “organiseren” ervan. Verhalen, rituelen, symbolen en tradities zijn middelen om emoties te organiseren en samen te brengen. Om mensen zich emotioneel te laten verbinden. Dat vraagt óók oprechte emotionele openheid van leiders in een organisatie. Weten zij hun gevoelsleven te laten zien aan de medewerkers? Wat raakt hun aan het gezamenlijke doel? Durven zij dat verhaal te vertellen?

    Hoe kan jouw organisatie deze menselijkheid omarmen?

  • Ten koste van anderen: sarcasme.

    Wat is het toch dat mensen ten koste van anderen proberen grappig te zijn? Wanneer is de laatste keer dat jij een ander(e groep) met een grapje wegzette? Waarom deed je dat? “Die collega die altijd op het zelfde plekje zit”, “dat soort mensen die niet kunnen autorijden” of oja, Pietje is altijd te laat. Als een andere collega dan te laat komt: “O, je doet even een Pietje”.

    Ik zie het veel om mij heen, grapjes maken en dan stiekem een steek onder water geven aan anderen. Maar het is grappig, dus mag je er niets over terugzeggen. Bij mij haalt het iets heel vervelends naar boven. Het creëert een valse ongelijkheid tussen mensen. Het ego groeit van diegene die een grap maakt.

    En eigenlijk is het heel zielig. Eigenlijk denk ik dat diegene die de grap maakt het moeilijk om echt te zeggen wat die voelt. Iets houdt hen tegen om zich uit te spreken of iets bespreekbaar te maken. Alleen door het te verpakken in sarcasme zorg je voor verwarring. Ben je nu serieus? Wil je iets belangrijks zeggen? Zit iets je dwars? En in die verwarring is een volwaardige reactie lastig.

    Als je jezelf sarcasme hoort gebruiken, probeer je eens af te vragen waarom je dat doet. Wat houdt je tegen oprecht te zijn? Kies voor persoonlijke groei in plaats van het voeden van je ego.