Categorie: Spiritualiteit

  • kom je buitenspelen?

    Vroeger, als kind was die vraag zo simpel. Niet dat ik zelf zo vaak buitenspeelde, maar in ieder geval had je je kameraadjes snel bij elkaar verzameld. Als kind vond ik het heerlijk om buiten op avontuur te gaan en spanning op te zoeken. Fikkie stoken ofzo. Het speelse had in ieder geval iets onbezorgds, onverantwoordelijks bijna. Kinderen doen vooral en denken veel minder na.

    Als volwassene vind ik mijzelf regelmatig op een plek tussen allerlei verantwoordelijkheden, deadlines of projecten. Die vooral in mijn hoofd leven. Óf waarmee ik misschien wel vooral in mijn hoofd leef. Een wandelend hoofd las ik ooit wel eens, dat slaat de spijker aardig op z’n kop.

    Wat ik herkende aan dat wandelende hoofd, is dat die ook wel erg van comfort en controle houdt. Alles moet vooral op zijn manier gaan en hem op z’n gemak stellen. Waar dat wandelende hoofd dus niet zo van houdt is onverantwoordelijk buitenspelen bijvoorbeeld.

    Nou ga ik niet direct buiten fikkie stoken (hoewel gecontroleerd in een kachel of vuurkorf dat wel erg lekker is), maar een beetje gek doen buiten doet wel wonderen.

    In Nederland regent het wel eens en als kind wisten we prima wat we daarmee konden: regenplassen zijn voor kinderen uitstekend speelgoed. Nu had ik inmiddels al wel het trailrunnen ontdekt, wat eigenlijk weinig anders is dan hardlopend asfalt vermijden, maar daardoor ben je wel gekleed om vies te worden. En het is uitgerekend die combinatie: regen en hardlopen, die dat mijn wandelende hoofd erg oncomfortabel vindt.

    Die eerste keer door een plas rennen vergeet ik niet snel. De kou en nattigheid die snel ruimte maken voor speelsheid. Ze spoelen zo je ideeën over de wereld weg en brengen je in contact met het kind wat wil buitenspelen. Net na de regen hardlopen, in de regen hardlopen, hardlopen als het vriest, hardlopen en zwemmen combineren. Als het maar een beetje ongemakkelijk voelt, wist ik dat ik goed zat. Het wandelende hoofd checkt uit en het speelse kind rent vrolijk nog een rondje door de plas.

    Waar ik misschien nog het meest dankbaar voor ben? Dat ik beter herken dat ik mij in het dagelijks leven niet comfortabel voel. Dat ik eigenlijk om die regenplas die voor mij ligt heen wil lopen, terwijl ik stiekem weet dat het beter is om er doorheen te gaan. Met het plezier van buitenspelen, lukt mij dat ook nog eens!

  • Geluksmakers en -krakers

    Geluksmakers

    • Met zoveel aandacht iets doen dat je de tijd vergeet.
    • Werken aan iets waar je in gelooft.
    • Iets betekenen voor anderen.
    • Dankbaar zijn voor wat je hebt.
    • Een financiële buffer hebben.
    • Tijd doorbrengen met de mensen van wie je houdt.
    • Leven volgens je eigen waarden.

    Gelukskrakers

    • Je laten afleiden, bijvoorbeeld door sociale media.
    • Werken voor status of om er rijk van te worden.
    • Jezelf telkens vergelijken met anderen.
    • Altijd maar meer willen.
    • Zoveel consumeren dat je geen geld overhoudt.
    • Te druk zijn.
    • Leven volgens de verwachtingen van anderen.

    https://decorrespondent.nl/15715/we-weten-al-wat-ons-gelukkig-maakt-maar-hoe-kunnen-we-er-ook-echt-naar-leven/315454bb-890a-0269-233c-579bce9d309c

  • Working with mu

    Koryu Osaka

    The Gateless Gate or Mumonkan is the most popular and widely used of all zen koan collections. In 1228 A.D., the Chinese Rinzai Zen Master Mumon Ekai selected forty-eight important koans from the sayings of the old masters, added his own commentary and verse to each one, and gave them to his students for their zen study. The Mumonkan was first brought to Japan in 1254 A.D. by one of Mumons’ disciples, the Japanese monk Shinjii Kakushin (1207-98)/ The first case of the Mumonkan, and one of the most famous, is “Joshu’s Mu,” with which Master Mumon struggled for six years before attaining enlightenment.

    JOSHU’S DOG

    The case

    A monk asked Joshu in all earnestness, “Has a dog Buddha nature or not?” Joshu said, “MU!”

    Mumon’s Commentary

    For the practice of Zen, you must pass the barrier set up by the ancient masters of Zen. To attain to marvellous enlightenment, you must completely extinguish all the delusive thoughts of the ordinary mind. If you have not passed the barrier and have not extinguished delusive thoughts, you are a phantom haunting the weeds and trees. Now, just tell me, what is the barrier of our sect by the Zen masters of old? Merely this Mu – the one barrier of our sect. It has come to called “The Gateless Barrier of the Zen Sect”.

    Those who have passed the barrier are able not only to see Joshu face to face but also to walk hand in hand with the whole descending line of Zen masters and be eyebrow to eyebrow with them. You will see with the same eye that they see with, hear with the same ear that they hear with.

    Wouldn’t it be a wonderful joy? Isn’t there anyone who wants to pass this barrier? Then concentrate your whole self, with its 360 bones and joints and 84.000 pores, into Mu making your whole body a solid lump of doubt. Day and night, without ceasing, keep digging into it, but don’t take it as “nothingness” or as “being” or “non-being”. It must be like a red-hot iron ball that you have gulped down and that you try to vomit up, but cannot. You must extinguish all delusive thoughts and feelings that you have cherished up to the present. After a certain period of such efforts, Mu will then be like a dumb man who has had a dream. You will know yourself, and for yourself only.

    Then all of sudden, Mu will break open and astonish the heavens and shake the earth. It will be just as if you had snatched the great sword of General Kan. If you meet a Buddha, you will kill him. If you meet an ancient Zen master, you will kill him. Through you may stand on the brink of life and death, you will enjoy the great freedom. In the six realms and the four modes of birth, you will live in the samadhi of innocent play.

    Now, how should you concentrate on Mu? Exhaust every ounce of energy you have in doing it. And if you do not give up on the Way, you will be enlightened the way a candle in front of the Buddha is lighted by one touch of fire.

    The Verse

    Dog! Buddha nature!

    The perfect manifestation, the absolute command,

    A little “has” or “has not,”

    And body is lost! Life is lost!

    The whole essence of work on this koan can be summed up like this: You totally become Mu, from morning to night; even in dreams – even in sleep! – you are with Mu and Mu becomes yourself. That is the way to work on this koan.

    When you work on this all the time, you will get very used to it, and without trying to put much effort into it, you will be in that state day and night. As you maintain such a state, you eventually totally become one with Mu, and you become Mu yourself, and Mu becomes your self, and you become the whole universe. And when you continue to maintain this state, ultimately an explosion will take place.

    It is always helpful to adjust your breathing. When you inhale, try to push your lower abdomen forward slightly. When you exhale, as the lung volume decreases, the lower abdomen will slightly contract too.

    Work on Mu in harmony with your breathing. Concentrating on Mu, try to hold it in your lower abdomen throughout your inhalation and exhalation.ur lower abdomen throughout your inhalation and exhalation.

  • Manifesto van Interdependentie

    In de samenleving is er een continue wrijving tussen de belangen van het individu en de belangen van het collectief. Het individu zoekt zelf-expressie, het collectief zoekt continuïteit. In onze huidige systeem worden deze vertegenwoordigd door het neo-liberale, “rechste” denken voor het individu en het socialistisch, “linkse” denken voor het collectief. Deze worden neergezet als tegenpolen, terwijl geen van beide zonder de ander kan bestaan. Het individu sterft zonder het collectief, er is geen collectief zonder de individuen. Hoewel ze dus afzonderlijk van elkaar lijken te bestaan, zijn ze de zijde van dezelfde medaille.

    Ik geloof dat er een impasse is uit de polarisatie, wanneer wij erkennen wederzijds afhankelijk voor ons bestaan zijn van de ander (in de breedste zin van het woord). Dit betekent ook dat beiden tegenpolen zullen moeten erkennen dat hun visie niet de absolute waarheid is, maar in tegendeel een begrip ervan die relatief is aan het begrip van de ander. Zolang wij de ander bevechten, bevechten we in wezen onszelf. Als de ander sterft, sterven wij eveneens, want wie zijn wij zonder de ander?

    Ik heb geen leidende principes, want deze zoektocht moeten we samen aangaan, zonder onze regels aan de ander op te leggen.

    https://github.com/rikmeijer/manifesto-of-interdependence

  • Loopt het kind op de weg of loopt de weg door zijn speelruimte? – De Correspondent

    ‘We accepteren dat er mensen in auto’s – machines van 1.500 kilo – rondrijden in de directe leef- en speelomgeving van jonge kinderen. In een poging ongelukken te voorkomen, zetten we een rond bord met het getal 30 op de weg, een snelheid voor automobilisten die voor een spelende peuter nog steeds levensbedreigend is. Wie harder wil rijden dan 30 [kilometer per uur], kan dat meestal gewoon doen, en deze steeds grotere en sterkere machines rijden soepeler naarmate ze harder gaan. Dáárom is het voor peuters onveilig op straat.’

    https://decorrespondent.nl/15249/loopt-het-kind-op-de-weg-of-loopt-de-weg-door-zijn-speelruimte/6a585220-4f34-0a9f-372b-413d39a89cb5

  • Meer dan een vinkje: commitment

    Samen werken: een bron van vreugde én genoeg mogelijkheden tot wrijving. Onuitgesproken verwachtingen of verschillende mate van betrokkenheid leidden vaak tot teleurstelling. We willen zoeken naar garanties en waarborgen dat anderen hun afspraken en beloftes nakomen. Voor dat je het weet verandert samen werken in eindeloze contractonderhandelingen, voordat het daadwerkelijke werk kan beginnen. Zonde, want eigenlijk vindt niemand dat leuk.

    Met leveranciers zijn we die contractonderhandelingen wel gewend. Die partijen kennen we niet of hebben we geen middelen om naderhand onze wensen af te dwingen. Binnen organisaties konden we onze zin doordrukken…of “door-escaleren” beter gezegd. “Het probleem” klimt de organisatie in als een aapje om op het juiste niveau af te dwingen dat het gaat zoals wij willen. Diegene die de “beste” aapjes heeft (contacten, overtuigingsvaardigheden of status) heeft de grootste kans van slagen. In “nieuwe, agile” organisaties wil de initiator van verandering die aapjes graag uit de boom houden en de mensen zelf de verantwoordelijkheid en mogelijkheden geven om de samenwerkingsproblemen op te lossen. “Zelforganisatie” wordt dat dan genoemd.

    En daar komt commitment om de hoek kijken, want we willen dus van elkaar vooraf commitment voordat we aan het werk beginnen. Echter, valt het mij op dat dit commitment meer als contractonderhandelingen voelen dan écht commitment, omdat het eigenlijk loze beloftes zijn. Wat is het verschil dan?

    Emotioneel of je persoonlijk betrokken voelen bij het beoogde doel. Niet omdat je iets te verliezen hebt (of afgerekend kan worden achteraf), maar omdat je samen iets belangrijks te winnen hebt. Alle betrokkenen zijn nodig om die winst te realiseren en allemaal zijn gemotiveerd dat te bereiken.

    Emoties zijn alleen binnen veel organisaties iets engs. Die kun je niet rationeel benaderen, controle op uitoefenen of sturen. Het is alleen wel wat nodig is om mensen zich echt te laten committeren. Dat gaat dieper dan een vinkje zetten in de software waarin het werk wordt “gemanaged”. Ik denk dat die verdieping nodig is om mensen écht commitment te laten geven. Daarbij gaat het om authentiek durven zijn, kwetsbaarheid kunnen tonen. Mensen prikken namelijk haarfijn heen wanneer dit gespeeld wordt.

    Als we naar menselijke gebruiken kijken, kunnen we volgens mij iets leren als het gaat om emoties en het “organiseren” ervan. Verhalen, rituelen, symbolen en tradities zijn middelen om emoties te organiseren en samen te brengen. Om mensen zich emotioneel te laten verbinden. Dat vraagt óók oprechte emotionele openheid van leiders in een organisatie. Weten zij hun gevoelsleven te laten zien aan de medewerkers? Wat raakt hun aan het gezamenlijke doel? Durven zij dat verhaal te vertellen?

    Hoe kan jouw organisatie deze menselijkheid omarmen?

  • Ten koste van anderen: sarcasme.

    Wat is het toch dat mensen ten koste van anderen proberen grappig te zijn? Wanneer is de laatste keer dat jij een ander(e groep) met een grapje wegzette? Waarom deed je dat? “Die collega die altijd op het zelfde plekje zit”, “dat soort mensen die niet kunnen autorijden” of oja, Pietje is altijd te laat. Als een andere collega dan te laat komt: “O, je doet even een Pietje”.

    Ik zie het veel om mij heen, grapjes maken en dan stiekem een steek onder water geven aan anderen. Maar het is grappig, dus mag je er niets over terugzeggen. Bij mij haalt het iets heel vervelends naar boven. Het creëert een valse ongelijkheid tussen mensen. Het ego groeit van diegene die een grap maakt.

    En eigenlijk is het heel zielig. Eigenlijk denk ik dat diegene die de grap maakt het moeilijk om echt te zeggen wat die voelt. Iets houdt hen tegen om zich uit te spreken of iets bespreekbaar te maken. Alleen door het te verpakken in sarcasme zorg je voor verwarring. Ben je nu serieus? Wil je iets belangrijks zeggen? Zit iets je dwars? En in die verwarring is een volwaardige reactie lastig.

    Als je jezelf sarcasme hoort gebruiken, probeer je eens af te vragen waarom je dat doet. Wat houdt je tegen oprecht te zijn? Kies voor persoonlijke groei in plaats van het voeden van je ego.

  • Wat is dat menselijk lichaam toch gaaf!

    Wat is dat menselijk lichaam toch gaaf!

    Vandaag erin gestapt. Hop, het ijswater in. Na een middag ademhalingsoefeningen. Spannend hoe het zou zijn, maar ook zin. De kou viel mij mee, het herinnerde mij aan de kou van een niewjaarsduik. Het gevoel erna is euforisch, wat een warmte. Mijn lichaam had wel even nodig om weer op temperatuur te komen. Intens om dat te observeren tijdens een afsluitende “ademreis”. Wauw, wat gaaf wat zo’n lichaam allemaal kan, veel meer dan het hoofd denkt!

  • Zen & Agile: reality over theory

    Zen & Agile: reality over theory

    The past year I was given several opportunities to share my experiences on Zen-meditation and Agility. Each iteration improving my story and gaining new insights thanks to remarks and questions from my audience. However, it bothered me that I did not yet was able to go full circle and connect zen directly to the Agile Manifesto.

    Grounded in Buddhism, in Zen one also tries to overcome ego and realize an end to suffering. Mainly, suffering is caused by perceiving reality through a misshaped lens. That lens being misshaped by our beliefs, concepts and ideas. That realization helps me to more clearly perceive reality or at least know my understanding is flawed. I try to see reality as it is and work with that. However challenging that is.

    So how does that connect to Agile or Agility? Responding to change means choosing a different approach. Sometimes this is easy as alternatives are clearly better. Other times there is attachment with a chosen solution, for example. Zen-training helps me understand and compassionately release that attachment. In my experience the mental training strengthens my agility in that way. That same compassion and patience helps in the collaboration towards a, sometimes frustratingly, complex goal. The Zen mindset is truly being agile.

    Recently I was asked to share my experiences with other Scrum Masters, but I was still chewing on how to make the connection more clear with the agile manifesto. I tried finding underlying values, but that just felt as abstracting it in a way so that it would connect to anything in that matter. As I kept iterating over those for values, the preferred values of the manifesto (‘interactions and individuals’, ‘working software’, ‘customer collaboration’ and ‘responding to change’) seem to have at least on thing in common: you work with what is and adept to that. The less-preferred values on the other hand, fall exactly together with the convictions, concepts, ideas and beliefs which can misshape our perception of reality.

    Agile is preferring Reality over Theory. And to me, this is exactly what Zen has taught me over the years: I value the concepts and ideas I have, but value reality more.

  • “Oh, je bent agile coach. Wat doe je dan precies?”

    Soms zijn duidelijke beroepen als bakker, postbode of leraar wel fijn. Veel mensen hebben een beeld van wat je doet. Ze hebben een antwoord, dus vragen is niet nodig. Ik hoed dan niet meer uit te leggen wat ik doe, maar stiekem helpt die vraag ook om mijn eigen beeld op mijn werk scherp te krijgen: het niet stellen van die vraag schuurt dicht tegen wat ik denk dat ik doe.

    Agile, wendbaarheid, veerkracht, scrum, kanban, zelforganisatie, zelfsturing inmiddels roepen de woorden weerstand of ten minste lichte jeuk op bij meer en meer mensen. Je zou zeggen dat efficienter, sneller en resultaatgerichter werken teams en daarmee mensen blij maakt. Waarom die weerstand? Kort samengevat: het voelt als de zoveelste reorganisatie. De verandering komt “van boven” en wordt niet gedragen, laat staan begrepen door de medewerkers. “We gaan anders werken, want dat is X (efficienter, wendbaarder, veerkrachtiger, klantgerichter)” impliceert ook dat wat de mensen nu doen niet of in ieder geval onvoldoende X is.

    Ik voel die weerstand, wanneer ik met mensen spreek. Door mijzelf agile coach te noemen, sta ik daarmee ook gelijk op achterstand. Dat is jammer, er is een beeld en de vraag wat ik doe wordt niet meer gesteld. De nieuwsgierigheid heeft plaats gemaakt. Er is geen ruimte meer voor ontdekking, spelen en experimenteren. Kennis is macht en macht corrumpeert, helaas.

    En dat is precies het probleem. Iedereen denkt het antwoord te weten en stelt geen vragen meer, want wat als dat wat je weet onjuist of genuanceerder is? En daarmee is de kans op fouten kleiner. Ik denk dat daar ook het werkelijke “agile” zit: anti-fragiliteit. Niet de manier van werken, maar de lef om te ontdekken dat je wereldbeeld niet klopt.

    “Wat doe je dan precies?” “Dankjewel voor die vraag. Ik help mensen te kijken naar de wereld door de ogen van een kind.” De ander snapt er niets van. Perfect, laat het gesprek maar beginnen!